Er zijn enkele zaken die deze subsidie uniek maken. Deze zijn vaak ogenschijnlijk tegenstrijdig tussen wat juist wel, of nét niet onder de subsidie geschaald kan worden qua activiteiten en kosten. Hierdoor is het belangrijk om de subsidie goed te begrijpen:
- Het product moet al volledig ontwikkeld zijn. Wel mogen er, t.b.v. het subsidieproject, kleine aanpassingen worden gedaan aan het product of de technologie
- De werking en toegevoegde waarde van het product of de technologie mag niet op een beurs, tentoonstelling, of andere soortgelijke plekken gedemonstreerd worden. De demonstratie moet bij de mogelijk toekomstige afnemer(s) plaatsvinden, en zoveel mogelijk gebundeld worden op één plek.
- Kosten voor trainingen, bijvoorbeeld hoe het product te gebruiken, mogen opgevoerd worden onder de subsidie. Echter, de trainingsprogramma’s die de afnemer doorloopt moeten al bestaan.
- Er dient van tevoren een quickscan ingevuld te worden door de aanvragende onderneming, welke beoordeeld wordt door een RVO-adviseur. De adviseur geeft vervolgens middels de stoplichtmethode aan of het project kansrijk wordt geacht voor subsidie
Ondanks de ogenschijnlijke tegenstellingen is de DHI de ideale subsidie voor een MKB-onderneming om technologie, product, of dienst naar het buitenland te brengen. Ook wordt er gewerkt met variabele subsidiepercentages. Oftewel, hoeveel procent van de kosten onder de subsidie kunnen worden geschreven. Het basispercentage is 50%; dit geldt voor elke MKB-bedrijf. Er kan een percentage van 60% behaald worden wanneer er in bepaalde landen wordt gedemonstreerd, geïnvesteerd, of een haalbaarheidsstudie wordt gedaan. Deze staan op deze landenlijst. In uitzonderlijke situaties kan het percentage naar 70% worden opgehoogd. Dit kan enkel in het geval als de gedemonstreerde technologie een direct vergroenende bijdrage biedt in het doelland. Om de vergroening te toetsen, is er een speciaal toetsingskader opgesteld.
In onderstaand overzicht worden kort de verschillen tussen de verschillende smaken in de DHI vermeld. Bij de DHI-subsidie is het niet mogelijk om marktonderzoek te doen. De (omvang van de) markt, potentiële afnemers, locatie, exploitatie, etc. moet allemaal al bekend zijn bij de Nederlandse aanvrager.
D – Demonstratieproject
Bij een demonstratieproject is het maximum subsidiebedrag €200.000. Het product, de dienst, of technologie dient volledig nieuw te zijn in het doelland. Er moet nog bewezen worden waarom het product van toegevoegde waarde is onder lokale omstandigheden. Een demonstratieproject kan het bewijs leveren dat een product, technologie, of dienst óók onder de lokale omstandigheden fungeert zoals het in andere landen doet. De demonstratie mag dus niet plaatsvinden op een beurs, tentoonstelling, of soortgelijke opstelling. De testopstelling dient aan een zo breed mogelijk publiek, op één locatie te worden gedemonstreerd. Denk hierbij aan het demonstreren van nieuwe producten in de gezondheidszorg, diensten voor lokale onderwijsinstellingen, of technologieën waarmee de lokale industrie kan vergroenen.
Ook dient er aangetoond te worden dat de aangevraagde subsidie binnen 3 jaar na afloop van het project tienvoudig terugverdiend kan worden door de verkoop van producten. Echter, er mag nog géén koopcontract zijn afgesloten voordat het subsidieproject is afgerond met de potentiële buitenlandse afnemer(s).
Lees hier verder over een succesverhaal van een technologiebedrijf dat met een demonstratieproject naar de Verenigde Staten ging.
H – Haalbaarheidsstudie
Bij een haalbaarheidsstudie is het maximum subsidiebedrag €100.000. De uitkomst van een haalbaarheidsstudie is een (financieel of technisch) businessplan voor de al bekende potentiële afnemer van je product, dienst of technologie: kan de investering binnen afzienbare tijd worden terugverdiend door de buitenlandse afnemer? Is het project financierbaar door de afnemer? Moet er iets aan het product, de dienst, of technologie worden aangepast?
Binnen één haalbaarheidsstudie mogen 2 investeringen voor 2 mogelijke afnemers in hetzelfde doelland onderzocht worden. Lees hier over hoe een Nederlands bedrijf de haalbaarheidsstudie gebruikte om in Duitsland haar technologie in te zetten op de waterwegen van Hamburg.
I – Investeringsvoorbereidingsproject
Bij een investeringsvoorbereidingsproject is het maximum subsidiebedrag €100.000. Ook hier, gelijk aan de haalbaarheidsstudie, is de uitkomst een businessplan. Echter, ditmaal is het businessplan voor het aanvragende Nederlandse MKB-bedrijf om zich in het buitenland te vestigen. In het businessplan wordt o.a. antwoord gegeven op de volgende vragen: is de investering in deze productielocatie, of vestiging financieel en technisch haalbaar? Wat wordt de investeringsbegroting? Welke juridische, keten-, of organisatorische aspecten moeten in de gaten worden gehouden?
Het project mag niet gebruikt worden om een verkoopkantoor op te zetten in het buitenland. De investering mag strikt in een productielocatie, of een algemene vestiging in het buitenland gedaan worden na afloop van het subsidieproject.
Verschillen begrijpen
Op het eerste oog lijken de H- en I-versie van de subsidie veel op elkaar. Het onderscheid zit in wie na afloop van het subsidieproject de beslissing neemt tot het doen van een investering. Bij een haalbaarheidsstudie is dit de buitenlandse partij, en wordt export gerealiseerd; bij een investeringsvoorbereidingsproject is dit de aanvragende Nederlandse partij, waarmee een investering in het doelland wordt gerealiseerd.
Aan de slag? De Digital Hub Noordwest helpt je!
Denk jij erover na om in de (nabije) toekomst naar het buitenland te gaan met jouw fantastische product, technologie, of dienst? Ben jij ervan overtuigd dat een DHI-subsidie jouw dromen op relatief korte termijn waar kan maken?
In alle gevallen, neem contact op met onze subsidieadviseur voor het doornemen van jouw plan en verken wat de DHI jouw onderneming kan brengen!